Diversiteit: Zelfs monsters zijn van waarde

Werkende principes in transities: diversiteit

Een beladen en veelgehoord onderwerp in een tijd waar steeds meer de extremen het hardst om aandacht roepen. Een steeds scherpere scheidslijn ontstaat waarbij er geen ruimte meer lijkt te zijn voor de ander. Waar diverse groepen in de samenleving zich niet vertegenwoordigd zien of voelen bijvoorbeeld in de politiek, aan de top in het bedrijfsleven, in de kunst en literatuur, bij de politie en op tv (niet voor niks zijn dertien nieuwe spelers opgestaan die zich willen aansluiten bij de Nederlandse Publieke Omroep als Omroep Zwart, Ongehoord Nederland, Omroep Groen, IslamOmroep en Omroep Stamppot). En er weer nieuwe hokjes ontstaan. Maar stiekem is het onderwerp diversiteit – en de gevoeligheid daarin – van alle tijden. We zijn enerzijds geneigd om onszelf te verbinden met (groepen) mensen die in hetzelfde straatje vallen, aan de andere kant zijn we nieuwsgierig om te ontdekken wat buiten onze eigen bubbel valt. Beiden zijn waar, sinds mensenheugenis. Maar wat doen we zelf met diversiteit in het organiseren, samenwerken en doen in onze transitieopgave? Neigen we steeds meer naar eenheidsworst, naar meer van hetzelfde, naar een veilige kring om ons heen of zien we toch de meerwaarde hierin van verschillend zijn?

Diversiteit betekent verscheidenheid. Hoe verschil jij ten opzichte van iemand anders? En dan niet alleen de uiterlijke kenmerken als leeftijd en huidskleur, maar ook die zich onder de oppervlakte bevinden als politieke voorkeur, etniciteit, geloofsovertuiging of zelfs competenties. Als men het heeft over diversiteit, gaat het dikwijls over culturele diversiteit, terwijl het dus om een veel breder palet gaat. Ook wordt diversiteit gepromoot als hét middel om creativiteit en innovatie op de werkvloer te bevorderen. Er is zelfs een Diversity Day waar werkend Nederland op 6 oktober de kracht van diversiteit op de werkvloer viert. Echter in de praktijk nog verdomde lastig. Want diversiteit wat redelijk in ons eigen verlengstuk ligt kunnen we best waarderen, maar als iemand dichtbij een heel ander wereldbeeld aanhoudt dan die van onszelf, vinden we dat eigenlijk heel irritant. Dan blijken we niet zo verdraagzaam te zijn. Denk bijvoorbeeld aan discussies rondom Trump, Corona, klimaatverandering, Zwarte Piet of 5G. Bovendien zijn we in een ‘split second’ geneigd labels te plakken op een ander, terwijl als we net iets beter ons best doen de ander te leren kennen, we vele overeenkomsten blijken te hebben. Zoals in deze video – Don’t Put People in Boxes – te zien is.

Waarom is die diversiteit van belang als een van de basisprincipes voor het werken in transities? Transitieopgaves zijn niet gemakkelijk, allerminst. Zonder de genoemde creativiteit en innovatie kom je niet ver om daadwerkelijk gedrag, patronen en systemen om te buigen. Daar is transdisciplinaire samenwerking voor nodig met mensen met verschillende kennis, vaardigheden, achtergronden, leeftijden, et cetera. Alle ervaringen, competenties en inzichten bij elkaar voegen, ook diegene waar je wat dieper voor moet graven. Waar je wat meer moeite voor moet doen. Een transitie realiseren betekent tevens beweging creëren onder een grote groep mensen. Daar is draagvlak voor nodig, niet alleen bij die mensen die al hetzelfde denken en doen. Die in je eigen cirkel van invloed zitten. Je wilt de oude en de nieuwe wereld met elkaar verbinden. Daar zijn sleutelfiguren voor nodig die de taal van beiden werelden spreken.

Hoe ziet jouw kerngroep eruit in jouw transitieopgave? Is dit een weerspiegeling van onze samenleving? Is er ruimte voor een echt afwijkende mening of perspectief? En hoe kunnen we daadwerkelijk álle wijsheden benutten? Op ontdekkingstocht…

ZO WERKT HET ALS JE DIVERSITEIT OMARMT
Vrienden, vijanden en vuilnismannen

Het hoogtepunt van het paddenstoelenseizoen ligt achter ons. Maar wat een boel verscheidenheid is daar te vinden. Een paddenstoel is overigens een vruchtlichaam, het hele organisme is de schimmel, die leeft in de grond of in hout, die zie je dus niet. Als je het vergelijkt met een appelboom, dan is de boom de schimmel en de appel de paddenstoel. In Nederland zijn er ruim 5000 soorten. Paddenstoelen zijn gebonden aan een bepaalde grondsoort – zand, klei, veen – en/of een bepaalde boomsoort. Je hebt paddenstoelen in allerlei vormen, kleuren en maten, sommigen die gedijen alleen bij een specifieke plant zoals de zeldzame smeerwortelmycena die uitsluitend aan de basis van een smeerwortel groeit, je hebt heksenboter – een gele slijmzwam – die zichzelf kan voortbewegen, soorten die giftig zijn zoals de Groene knolamaniet of hallucinerend werken, en je hebt zelfs paddenstoelen die lichtgeven (de Australische lantaarzwam gloeit mysterieus groen op in het donker). Zelfs een bovengemiddelde expert moet zijn of haar best doen om die allemaal te herkennen. Vaak is wel de familie te achterhalen waartoe ze behoren door bijvoorbeeld naar vorm, kleur van de sporen en groeiplaats te kijken.

Wat brengt al die diversiteit ons, naast gewoonweg prachtige plaatjes tijdens de herfst? De paddenstoelen hebben allen een wezenlijke rol in het functioneren van het ecosysteem. Grofweg kun je voor het gemak onderscheid maken tussen 3 V’s. Paddenstoelen die vrienden, vijanden of vuilnismannen zijn, zo is mij vertelt door een ecoloog. Het ingewikkelde is, afhankelijk van de omstandigheden en de soort waarmee ze samenleven, kunnen schimmels andere vormen aannemen. De ‘vriendjes’ zijn in ieder geval de paddenstoelen die vrij groeien in de bodem. Deze schimmeldraden hebben wel verbinding met de wortels van bomen en planten, ze beschermen wortels tegen uitdroging, helpen hen bij de opname van mineralen en krijgen in ruil voedingsstoffen van de boom. Ze hebben een afhankelijke, een zogenaamde symbiotische, relatie met elkaar. De ‘vijanden’ ofwel parasieten kunnen een boom doodmaken. Dat doen ze pas als een boom al verzwakt is. En het mooie is, dat ook dit een bredere functie heeft. Als de boom dood gaat, kan bijvoorbeeld de specht uit het zachte hout een nest hakken of kunnen kevers er eitjes in leggen. En zonder de ‘stofzuigers’ zou het een rommeltje zijn in de natuur. Zij ruimen organisch materiaal op zoals bladeren, hout en dode wormen en zetten dat om in voedsel voor planten. Het kleverige oranje koraalzwammetje is hier een van die je wellicht bent tegengekomen op een van je herfstwandelingen. Maar er is meer. Ze gaan erosie in de bodem tegen en leveren voor ons als mens voedsel en medicijnen op. Een pracht staaltje diversiteit, toch?!

Dé perfecte balans… Na 7 jaar.

We gaan een beetje de zoetsappige kant op, maar daarom niet een minder mooi verhaal. Wellicht heb je onlangs de documentaire The Biggest Little Farm gezien? Een schoolvoorbeeld wat de kracht is van biodiversiteit en veerkracht. Een stel uit Amerika, besluit het stadsleven achter zich te laten, een stuk grond van 80 hectare te kopen in Californië en een oude boerderij om te vormen naar een bloeiend, zelfregulerend ecosysteem. Zonder ervaring te hebben in de landbouw. In harmonie met de natuur. Wat ze aantroffen was een zeer uitgeput stuk land. En waar begin je dan? Het stel en hun hond wordt 7 jaar lang in beeld gebracht. Dit door de man van het stel die cameraman was in een vorig leven.

Een en ander gaat niet zonder slag en stoot waarbij allerlei natuurverschijnselen op hun pad komen; een slakken- en algenplaag, herhaaldelijke aanvallen van coyotes op hun kippen, een bosbrand, zandstormen, hevige regenvallen, vogels die de appelbomen kaalvreten, enzovoorts. Doordat ze de keuze hebben gemaakt om samen te werken met de natuur, ontpopt er een boel creativiteit met inzet van allerlei natuurlijke wijsheden in biodiversiteit. Te beginnen bij dé essentiële basis; micro-organismen die de bodem weer tot leven brengen. En ze hebben de overlast van luizen opgelost met inzet van lieveheersbeestjes in plaats van bestrijdingsmiddelen. De bomen die werden kaalgevreten door slakken blijken het favoriete hapje van de eend. Elk beestje of plantje heeft in deze film zijn doel op deze boerderij. Iedereen speelt een rol in het ecosysteem, van de grootste stier, bosuil tot de kleinste worm. Je hebt er even geduld voor nodig, maar een en ander balanceert elkaar gedurende de tijd uit tot een waar harmonieus geheel.

Hoop door ontmoeting

Een Joodse Amerikaan volgt ruim 20 jaren terug tijdens een vredesproces 7 Israëlische en Palestijnse kinderen. Te zien in de indrukwekkende documentaire Promises. Met diverse achtergronden, leefomstandigheden en overtuigingen, allen opgroeiende in een conflictgebied. En ieder kind heeft een persoonlijk verhaal hoe het jarenlange conflict voor enorme impact heeft gezorgd op henzelf, hun familie en vrienden. Zoals een vriendje van een de kinderen die gedood is door een soldaat na het gooien van een steen, kinderen die bang zijn om de bus te nemen door eerdere bomaanslagen, een familie die al decennialang in een vluchtelingenkamp woont en verdreven is uit hun oorspronkelijke huis, de enorme last die ervaren wordt door alle check points en een vader die gevangen zit wegens politieke overtuigingen. Velen in de volste overtuiging dat het land tot hun volk behoort.

Een zeer complexe geschiedenis meedragende maakt dat er al op jonge leeftijd een intens onbegrip, boosheid of zelfs haat is ten opzichte van de ander. Kinderen die allen op maximaal 20 minuten afstand rijden van elkaar wonen, maar letterlijk en figuurlijk in gescheiden werelden leven. Op het eerste gezicht lijken de verschillen te groot om te overbruggen. Toch zie je bijvoorbeeld heel mooi geportretteerd dat precies dezelfde emotie optreedt bij deze kinderen bij het verliezen van een sportwedstrijd. En uiteindelijk zijn een paar kinderen bereid elkaar te ontmoeten. Er volgt een dag vol met sport, spel en eten. Met gezelligheid, gelach en gejoel. Op het einde van de dag een diepgaand en emotioneel gesprek waar elkaars verhalen worden gedeeld met behulp van een tolk. Je ziet een glimp van hoop tot toenadering en verzoening. Ook al leidt het niet tot structurele vriendschappen – omdat de werkelijkheid waarin zij leven nu eenmaal zeer gecompliceerd is – het toont hoe belangrijk ontmoeting is.

HET WERKENDE NETWERK
Gericht op pad

Zoals in een eerder artikel genoemd, zijn we met diverse partijen zo’n zes maanden terug een Next Economy bedrijventerreinennetwerk gestart. Integraal samenwerken in een 10 jaren strategie aan het verhogen van de waarde van een terrein. Zodat het leuk, prettig, productief en aantrekkelijk werken en verblijven is op een bedrijventerreinen. Waar begin je?

Om dit netwerk op te bouwen, zijn we gestart allerlei stakeholders op dit terrein in kaart te brengen. Allereerst kijkende naar drie verschillende lagen van opereren. Personen die zich op systeemniveau hiermee bezighouden bijvoorbeeld in beleid of wet- en regelgeving zoals provincie, personen die op een specifiek bedrijventerrein(en) opereren zoals gemeente of parkmanagement en partijen die zich bezighouden met concrete verduurzamingsprojecten op een specifiek bedrijventerreinen. Dat kunnen ondernemers zelf zijn, maar bijvoorbeeld ook een expert of bewoner. Dit om telkens het kleine aan het grote te verbinden. De kiemen die van onderaf gerealiseerd worden – waar de energie zit – zijn de voedingsbodem voor het gehele bedrijfsterrein en het systeem. Want de praktijk laat zien wat echt werkt en wat niet. Vervolgens hebben we op ieder ‘niveau’ stakeholders per (organisatie)naam benoemd van zowel overheid, de markt, kennisinstellingen als de leefwereld. Deze exercitie heeft inzicht gegeven in wie we nodig gaan hebben op onze weg om daadwerkelijk tot systeemverandering te komen en wie we dus willen betrekken, en waar wellicht ook nog gaten zitten (die er zeker nog zijn). Vervolgens begonnen in de benadering in het eigen netwerk om te polsen waar de energie zit. Inmiddels zijn ca. 30 mensen aangesloten om elkaar te helpen bij elkaars praktijken. Uiteraard zal de samenstelling ervan niet vaststaand zijn, maar organisch. Echter, het basiskamp is er!

Schuren

Met het slechts vormen van een netwerk met uiteenlopende spelers, zorg je niet dat een en ander gaat werken in de praktijk. En zo ook niet in dit bedrijventerreinnetwerk. Het is telkens doorontwikkelen en een balans zoeken tussen leren en realiseren. Na een half jaar aan elkaar gesnuffeld te hebben en een en ander met elkaar gedeeld te hebben, is het tijd voor een volgende fase. Een fase waarin we bij wijze van spreken niet alleen maar gezellig digitale kopjes koffie met elkaar drinken, maar meer en meer van elkaar mogen verwachten. Echt instappen. Alles op tafel leggen in het hier en nu. Daarbij álle wijsheden, overtuigingen en meningen – ook die onder de ‘ijsberg’ verborgen liggen – naar boven halen, ook als deze in eerste instantie ongemakken meebrengen of vreemd overkomen. En waar we nog scherper kijken, wie mist er nog aan deze tafel zoals ‘vijanden’ en ‘vuilnismannen’? Want waar het botst, daar ontstaat iets nieuws. Gebaseerd op een eeuwenoude natuurwet. Als deeltjes zoals atomen, ionen en moleculen elkaar ontmoeten, is er kans dat ze reageren en iets nieuws opleveren. Kortom; zonder botsing, geen transitie en geen botsing, zonder diversiteit.

Om hier verdere stappen in te zetten, werken we samen met het programma DuurzaamDoor van RVO (Rijksdienst van Ondernemend Nederland). Deelnemers van de leerkring circulaire economie helpen elkaar in hun transitieopgave. En hebben we in samenwerking met het bureau Gewoon aan de slag een reisverhaal ontwikkeld voor het werken in transities, een soort van leidraad in het niet-weten met elkaar. Waar de eerste stappen met name ingaan op de relatie. Een daarvan gaat in op de verbinding met andersdenkenden. Bestempeld als ‘monsters’ en ‘kloven’. Wat mij betreft een mooi vertrekpunt voor het volgende reisdoel van het Next Economy Bedrijventerreinennetwerk!

“Met de stevige bedding en vanuit een veilig en neutraal basiskamp waarin we terug kunnen keren, is het tijd dat we de echte verkenning aangaan. Een gebied in dat we wel kennen, maar willen veranderen. Wij komen met onze nieuwe uitrusting aan in gebieden waar we niet vanzelf de aansluiting vinden. We zien kloven tussen onze ambitie en de realiteit die niet zomaar te overbruggen zijn. We zullen er doorheen moeten. Dat betekent enerzijds onze ambitie vasthouden, anderzijds aansluiten bij de monsters die die ambitie lijken te bedreigen en niet hetzelfde voor ogen hebben als wij.

Het is verleidelijk alleen met meer gelijkgestemden verder te gaan. Dan kunnen we veel sneller bouwen. Maar alleen mét die ‘monsters’, de andere wereld, samen kunnen we door de kloven komen. We hebben ze nodig en moeten ze actief opzoeken. Mensen die stevig in de systeemwereld zitten, of andere leef- en werkterreinen, maar wel bereid om samen verder op pad te gaan. Mensen die ons net zo goed als monsters zien. Het niet-weten samen aangaan, zodat daar ook echt iets nieuws uit kan ontstaan.

Die verbinding gaan we aan door ons eerst open te stellen voor hún werkelijkheid. Zoeken naar welke taal en vorm nodig is om aan te sluiten en onze belangen te kunnen verenigen. Nieuwsgierig zijn naar elkaar, ook als het spannend wordt. Dat lukt niet altijd. Soms is de kloof te diep op dit punt. Maar het komt er ook op aan: onze eigen monsters, onze eigen aannames en patronen, in de ogen te kijken. Het voelt alsof we hier meer op te geven hebben dan dat we bouwen aan die mooie nieuwe wereld. Gelukkig hebben we onze bedding & basiskamp om af en toe op terug te vallen en samen een nieuwe route te vinden als we ons verslagen voelen! Ook om te zorgen dat we geen apen op onze schouders nemen die niet van ons zijn.”

DIT WERKT VOLGENS BOWINE WIJFFELS, NATURE WISE

“Diversiteit is een manier waarop er in de natuur veerkracht ontstaat in ecosystemen. Echter, kijkend naar de natuur blijken er meer zaken ten grondslag te liggen aan veerkracht. In de ecologie spreken we ook van redundancy. Dat is net iets anders dan diversiteit. Met diversiteit gaat het vooral om een veelheid aan soorten (zoals een diversiteit aan paddenstoelen of genetische variatie binnen een soort), redundancy gaat veel meer over verschillende manieren om iets te doen. Zo groeien paddenstoelen door meer myceliumdraden te maken, maar voorplanten kan ook door het verspreiden van sporen (uit de hoed van het vruchtlichaam). Ook netwerken hebben redundacy nodig want als partij A even niet kan meedoen of meedenken omdat iets anders meer aandacht vraagt, is het zeer nuttig als een gelijksoortige partij dit perspectief inbrengt. Kortom, er is meer nodig voor verandering (transities) dan alleen maar diversiteit en mijn vermoeden is dat dit ook geldt voor menselijke netwerken.

En er is nog meer, want ook reserves (in voedingsbronnen, energie) voor veerkracht ontwikkelt de natuur vooral door haar processen van groei en ontwikkeling niet te maximaliseren maar te optimaliseren. Onze economie blijft ondanks alle crises van de afgelopen jaren, inclusief de pandemie, hardnekkig streven naar groei en daarmee houden we de triggers voor maximalisatie  stevig op zijn plek. Bedrijven die vanuit bezieling deel uitmaken van nieuwe netwerken, zoals Next Economy bedrijventerreinen en andere, worden op andere plekken hardnekkig afgerekend op zoveel mogelijk produceren voor zo weinig mogelijk investering. Dat breekt op den duur op.

En kijkend naar de natuur is er nog iets nodig bij transities: ruimte. In termen van een ecosysteem gaat het letterlijk over open plekken of over niches. Op die open plekken kunnen nieuwe soorten zich vestigen en die nieuwe soorten vormen de basis voor verandering in ecosystemen.”

Lees meer: Veerkracht en verandering vanuit een ecologisch perspectief

SAMENVATTEND
Wat zijn werkende principes in diversiteit?
  • Diversiteit gaat meer over verbinden in verscheidenheid, dan verscheidenheid an sich. Het loslaten van onze eigen aannames, vooroordelen en patronen om tot een ander te komen.
  • Je hebt in een transitieopgave zowel vrienden, vijanden als vuilnismannen nodig. Alles heeft een functie in het ecosysteem. Denk aan al die paddenstoelen die in al hun variëteit onmisbaar zijn. Wie mist er aan jouw tafel?
  • Een harmonieus geheel creëer je door actieve inzet van (bio)diversiteit. Ook al lijkt dit in beginsel niet altijd zo en zal het hier en daar ongemakkelijk aanvoelen of zelfs leiden tot explosies. Maar weet dat balans volgt na disbalans.
  • Ontmoeten, persoonlijke verhalen delen, luisteren en inleven. Samen eten, spelen en om het kampvuur zitten. Zo werkt het om diversiteit te omarmen!
  • Voor transitie is er meer nodig dan diversiteit om een veerkrachtig ecosysteem te ontwikkelen; redundancy, optimalisatie en ruimte.

Comments are closed.